Nieuw kwaliteitszorgstelsel Vlaams hoger onderwijs: vertrouwen basis voor kwaliteitscultuur

Nieuw kwaliteitszorgstelsel Vlaams hoger onderwijs: vertrouwen basis voor kwaliteitscultuur

Kwaliteitszorgstelsel 2019-2025 goedgekeurd

Vrijdag 9 februari 2018 — Vanaf 2020 zullen alle hogescholen en universiteiten in Vlaanderen om de zes jaar een instellingsreview doorlopen. Daarin tonen instellingen dat zij goed onderwijsbeleid voeren en zelf in staat zijn om de kwaliteit van hun opleidingen te borgen. Goed beoordeelde opleidingen worden dan niet langer periodiek opnieuw beoordeeld door een extern evaluatieorgaan. Dit vormt de basis van het nieuwe Kwaliteitszorgstelsel 2019-2025 dat zonet is goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het stelsel kwam tot stand door intensief overleg tussen de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de Vlaamse overheid, hogescholen, universiteiten en studenten.

In de jaren ‘90 waren de externe beoordelingen van opleidingen een nieuw gegeven. Ze gaven de garantie dat opleidingen aan minimaal dezelfde kwaliteitsstandaarden voldoen. Ondertussen zijn ze een evidentie geworden waarop heel wat interne processen van de universiteiten en hogescholen geënt zijn. Na drie decennia aan opleidingsbeoordelingen klonk de roep naar meer autonomie en eigen verantwoordelijkheid.

Alle hogescholen en universiteiten in Vlaanderen namen in 2016-2017 deel aan een ‘pilot instellingsreview’. Voor het eerst werd de effectiviteit van het onderwijsbeleid van de universiteiten en hogescholen globaal beoordeeld en niet langer de onderwijskwaliteit per opleiding. Uit de evaluatie bleek dat alle betrokken partijen positief stonden ten aanzien van deze nieuwe werkwijze.

Het nieuwe Kwaliteitszorgstelsel 2019-2025 schetst hoe er in de toekomst zal worden toegezien op de kwaliteit van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Basis vormt de instellingsreview. Vanaf academiejaar 2020-2021 beoordeelt een externe onafhankelijke commissie alle hogescholen en universiteiten in een vaste zesjarige cyclus. Het uitgangspunt is de context van de instelling zelf. Enerzijds wordt de implementatie, opvolging en bijsturing van het onderwijsbeleid beoordeeld. Anderzijds moet blijken dat instellingen zelf in staat zijn om de kwaliteit van hun opleidingen te borgen. In het bijzonder is er aandacht voor de betrokkenheid van studenten en onafhankelijke externen en de wijze waarop instellingen informatie over de kwaliteit van hun opleidingen publiek maken. Op basis van een positieve instellingsreview wordt het keurmerk voor opleidingen van die instelling opnieuw toegekend voor zes jaar.

Nieuwe opleidingen ondergaan nog steeds een eerste erkenning en zullen vervolgens een positieve beoordeling op opleidingsniveau moeten krijgen, alvorens een instelling de kwaliteit zelf mag bewaken. Bij een negatieve instellingsreview is het opnieuw aan de NVAO om via externe commissies de kwaliteit van individuele opleidingen te beoordelen.

Andere instellingen die erkende hogeronderwijsdiploma’s uitreiken, zoals business schools of het Instituut voor Tropische Geneeskunde, vallen niet onder de instellingsreview. Hun opleidingen worden individueel beoordeeld door een extern evaluatieorgaan, waarna al dan niet een erkenning door de NVAO volgt.

Ann Verreth, vicevoorzitter NVAO: “Het nieuwe stelsel brengt duidelijkheid en ademt vertrouwen. We kiezen resoluut voor de instellingsreview. Hogescholen en universiteiten worden nu écht eigenaar van hun kwaliteitsborging. Dan voelt werken aan de kwaliteit van opleidingen niet langer als een apart proces of een last, maar als een evident deel van eenieders werk. Met dit nieuwe stelsel van kwaliteitszorg zetten we  internationaal de toon.”

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Samen met de NVAO, hogescholen, universiteiten en studenten hebben we dit nieuwe stelsel vorm gegeven. Proefprojecten toonden aan dat dit de in te slagen weg is.  De instellingsreview zal voor hogescholen en universiteiten in de toekomst de basis worden van de kwaliteitszorg. We geven autonomie en vertrouwen aan instellingen die zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun aanbod.”