'In het hoger onderwijs ben je internationaal, of je bent niet'

Woensdag 4 oktober 2017 — Interview vicevoorzitter Ann Verreth in het studentenmagazine VETO naar aanleiding van de allereerste ronde van instellingsreviews in Vlaanderen

De vraag die op ieders lippen ligt: hoe is het het gesteld met het hoger onderwijs in Vlaanderen?

Ann Verreth: 'Ik kan dan alleen maar refereren aan het werk dat wij met NVAO de laatste jaren hebben uitgevoerd. Dan is mijn antwoord eigenlijk hetzelfde als wat ik twee jaar geleden aan Veto zei: ons hoger onderwijs is gewoon goed.'

'We hebben in onze instellingsreview naar twee dingen gekeken. In de eerste plaats: hebben onze instellingen een degelijke visie op onderwijs en ontwikkelen ze een daarop aansluitend beleid? Die is volgens onze panels effectief overal aanwezig, ook met aandacht voor de maatschappelijke uitdagingen van vandaag. En worden die eigen vooropgestelde doelstellingen ook bereikt? Ook dat is in de overgrote meerderheid van de gevallen in orde.'

'Daarnaast is men ook voor het eerst gaan kijken of instellingen zelf de kwaliteit van elke opleiding kunnen garanderen en op welke manier ze dat doen. We doen dat voor de eerste keer. Daarom zijn er nu nog geen bindende oordelen, maar wel adviesrapporten. Op basis daarvan kunnen we stellen dat instellingen matuur genoeg zijn om dat in de toekomst ook echt zelf te doen.'

'Die portaalsite zou een middel kunnen zijn in de studieoriëntering'

'Toch moet er blijvend worden ingezet op een externe blik in de kwaliteitszorg. Ik hoop dat elke instelling de fierheid zal hebben om bij het kiezen van externe peers te gaan voor de autoriteiten in het vakgebied. Het is door hun oordeel dat opleidingen kunnen verbeteren. Daarnaast willen we inzetten op duidelijkere publicatie van de resultaten.'

Een grotere transparantie dus. Hoe zien jullie dat concreet?

'Instellingen moeten de resultaten publiek maken, in het bijzonder voor (potentiële) studenten. Daarnaast heeft de overheid beslist tegen begin 2018 een portaalsite uit te bouwen met kwantitatieve gegevens over de instellingen en opleidingen, beschikbaar op een studentvriendelijke manier.'

'Vanop die portaalsite kun je dan ook doorklikken naar concrete opleidingen van instellingen. Daar kunnen ze dan aangeven wat de resultaten waren van de eigen regie op opleidingskwaliteit, welke beslissingen daaruit zijn genomen, wat de verbeterpunten zijn en hoe ze die concreet willen aanpakken.'

Maar geven die kwantitatieve gegevens dan geen vertekend beeld? Kunnen potentiële studenten bijvoorbeeld wel correct slaagpercentages interpreteren?

'Als je alleen kijkt naar het slaagpercentage, dan zegt dat eigenlijk niet veel. Maar die gegevens bestaan uit veel meer, bijvoorbeeld wat de vooropleiding is van studenten in een bepaalde richting. Op de site van de instellingen waarnaar kan worden doorgeklikt, kunnen dan meer contextgegevens gaan. Dat reikt studenten informatie aan die interpreteerbaar is. Informatie die ook rekening probeert te houden met de vraag: waar is een concrete student naar op zoek? Dat zou een middel kunnen zijn in de studieoriëntering.'

'In het hoger onderwijs ben je internationaal, of je bent niet'

Is het ook een middel voor elke instelling om een eigen profiel te ontwikkelen? Dat is althans wat rector Luc Sels graag hoopt.

'Ik denk dat wij een systeem hebben ontworpen dat dat toelaat. Profilering kan alleen maar duidelijker maken aan studenten in spe wat precies de eigenheid is van een bepaalde opleiding aan een bepaalde instelling. Dat biedt ook meer mogelijkheid tot creativiteit. Vroeger, onder de opleidingsvisitaties, was er een strak stramien te volgen waarbij de opleiding aan een aantal standaard kenmerken moest voldoen. In de toekomst van het kwaliteitszorgsysteem wordt die eigenheid veel meer het vertrekpunt van de evaluatie.'

Wat zijn de uitdagingen van de internationalisering op het hoger onderwijs? Zijn de instellingen daarop voorbereid?

'In het hoger onderwijs ben je internationaal, of je bent niet. Studenten zijn mobiel en de arbeidsmarkt is mobiel. Bij de review mochten instellingen een aantal horizontale trails (focusthema’s waar de instelling op inzet, red.) kiezen. Daar kwam internationalisering heel vaak terug, dat is voor de meeste echt een key doelstelling. Dat doet me vermoeden dat ze wel zijn voorbereid. Ze hebben in elk geval een beleidsvisie waarvan ze zich bewust zijn dat ze dat zullen moeten intensifiëren naar de toekomst toe.'

Worden studenten genoeg voorbereid op de arbeidsmarkt? Of is dat een foute vraag en is dat niet wat hoger onderwijs hoort te doen?

'Er wordt aan arbeidsmarktgerichtheid gewerkt, zeker. Er is een bewustzijn dat we moeten luisteren naar wat de arbeidsmarkt vraagt en hoe we daaraan kunnen tegemoet komen. We zien dat de bedrijfswereld vertegenwoordigd is in opleidingscommissies. Als er op 11 september een congres is van Voka over onderwijs, dan denk ik dat je wel kunt stellen dat er betrokkenheid is.'

'Maar het blijft uiteraard hoger onderwijs. We doen wel meer dan afgewerkte producten afleveren aan de arbeidsmarkt. Veel meer zelfs. Het is aan de instellingen om af te wegen: wat is belangrijk voor de arbeidsmarkt? Wij bieden hoger onderwijs aan en geen beroepsopleidingen.'

Een belangrijke topic die jullie aanhaalden in de overzichtsrapportage, was het diversiteitsbeleid.

'Toen we al die rapporten hebben samengelegd, was dat toch opvallend om te zien hoe uitgebreid het beleid is in diversiteit. Dan bedoel ik welke inspanningen geleverd worden om studenten te helpen die misschien een minder evidente vooropleiding hebben gehad, maar evengoed het uitwerken van honoursprograms voor studenten die een extra uitdaging kunnen gebruiken. Er is een hele range aan diversiteitsmaatregelen. Of dit beleid ook leidt tot gewenste resultaten zal de toekomst moeten uitwijzen.'

'Samenwerking is in de eerste plaats een state of mind. Als de wil er is, dan lukt dat wel'

Op welke vlakken kan het dan beter?

'Er woedt al enkele jaren een debat over te witte aula’s. Maar dat is natuurlijk niet enkel een taak voor het hoger onderwijs. Het is een hele keten die moet samenwerken om daar meer van te maken.'

'Wij kunnen heel duidelijk vaststellen dat het diversiteitsbeleid in het hoger onderwijs wordt vormgegeven. Of dat ook de gewenste resultaten aflevert, samen met andere actoren, dat moet de toekomst uitwijzen. Welk model heb je, en werkt dat? Instellingen zouden nog meer van elkaar kunnen leren. Er zijn verschillende good practices, maar daarom werken die nog niet in alle instellingen even goed.'

'Dat is in de eerste plaats een state of mind. Als de wil er is, dan lukt dat wel. Natuurlijk is er nog werk om die samenwerking structureel te ondersteunen. Maar laat ons eerst eens kijken tot welke plannen samenwerking kan leiden, vooraleer we aan die incentives denken.'

'Dat kan op veel vlakken. Zo staan op dit moment hogescholen allemaal voor de uitdaging om de HBO 5-opleidingen tijdig klaar te krijgen. Ik denk dat het zou helpen om daarrond samen te werken. Maak daar werk van en kijk dan wat een beleid kan doen om die zaken te faciliteren.'

'In het begin voelde je bij de instellingen wel wat koudwatervrees om hun eigen systeem aan elkaar uit te leggen'

Hoe komt het dat dat nu nog niet altijd lukt?

'Er moet eerst een barrière overschreden worden, voor het vertrouwen er is dat samenwerking kan. We werken in het Vlaams hoger onderwijs in een zeer concurrentieel landschap. Dat merk ik ook in de reflectie op ons eigen proces. In het begin voelde je bij de instellingen wel wat koudwatervrees om hun eigen systeem aan elkaar uit te leggen. Maar eenmaal dat dat gebeurd was, merkten ze ook dat ze er wel degelijk iets aan hadden. Dat is een proces des mensen.'

Is het niet problematisch dat de samenwerkingen die tot stand komen zo afhankelijk zijn van wie er aan het hoofd van de instelling staat? Zo lijkt Luc Sels er veel meer werk van te willen maken dan zijn voorganger Rik Torfs. Kan het dat de wil van één speler zodanig meespeelt in hoe het Vlaams onderwijslandschap vorm krijgt?

'Het alternatief van zoiets is dat je vanuit de overheid oplegt hoe het dan wel moet, maar die weg moeten we niet opgaan. We hebben een systeem van relatief grote vrijheid en autonomie en dat is goed. Maar individuele personen spelen in hier dan inderdaad een grotere rol.'

Daarmee zijn mijn belangrijkste vragen wel gesteld. Tenzij u zelf nog suggesties heeft?

'Het verbaast me dat je niets gevraagd hebt over de rol van studenten. Wij hebben in onze reviewcommissies fantastische studenten gehad. Studenten zijn echt dragende pilaren in dergelijk systeem, om als stakeholder in de eigen regie te participeren.'

Juist, om daar op in te pikken…

(lacht) 'Ik heb u!'

…De kritiek bij onze COBRA-gesprekken (het Leuvense kwaliteitszorgsysteem) is dat de studenten die betrokken worden, arbitrair zijn uitgekozen. Ze missen dan soms kennis over onderwijskwaliteit en de discussies die gaande zijn om echt een meerwaarde te bieden. Is dat niet problematisch?

'Ik kan enkel oordelen over de studenten die mee zaten in onze reviewcommissies. Ze waren kritisch en constructief, je merkte geen enkel verschil tussen een student-commissielid en de voorzitter van de commissie op dat vlak. Ik kan niet zeggen dat wij studenten hebben gehad die er gewoon maar wat bij zaten. Of studenten effectief kunnen drukken op het beleid is uiteindelijk een gedeelde verantwoordelijkheid. Maar je kunt die studentenparticipatie ook verstevigen door vormingen aan te bieden. Dan zijn studenten best in staat om die verantwoordelijkheid ook echt op te nemen.'

(bron: VETO.be)